Kamervragen partnerschap mantelzorgers

In de Tweede Kamer zijn vragen aan de staatssecretaris van Financiën gesteld over de gevolgen van fiscaal partnerbegrip voor mantelzorgverleners. Sinds 1 januari 2011 wordt fiscaal partnerschap vastgesteld aan de hand van objectieve criteria. De partnercriteria voor de inkomstenbelasting zijn per 1 januari 2012 uitgebreid. Als partners worden aangemerkt ongehuwd samenwonenden die ingeschreven staan op hetzelfde adres als daar ook een minderjarig kind van één van hen staat ingeschreven. Deze categorie wordt aangeduid als samengesteld gezin. Er is een tegenbewijsregeling opgenomen voor (onder)huursituaties.

Bloedverwanten in de eerste graad die jonger zijn dan 27 jaar kunnen niet als fiscaal partner worden aangemerkt. Een volwassene van 27 jaar of ouder die op hetzelfde adres staat ingeschreven als één van zijn ouders kan als fiscaal partner van deze ouder worden aangemerkt als beiden aan de partnercriteria voldoen, tenzij kan worden aangetoond dat sprake is van huur.
Als een kind een ouder in huis neemt die als gevolg van het realiseren van de overwaarde op zijn huis een eigenwoningreserve heeft, heeft dat geen invloed op de aftrek van hypotheekrente bij het kind. De bijleenregeling leidt niet tot nadelige fiscale gevolgen.
De staatssecretaris benadrukt dat de gevolgen van partnerschap niet te kwalificeren zijn als nadelige gevolgen. Door de partnerregeling wordt het recht op fiscale faciliteiten en toeslagen afgestemd op de feitelijke draagkracht. De staatssecretaris is niet van plan om de keuzeregeling voor ongehuwd samenwonenden te herintroduceren, ook niet voor een specifieke categorie.